Mijn kind heeft extra ondersteuning nodig

Uw kind zit op een reguliere basisschool en heeft extra ondersteuning nodig. Uw kind heeft bijvoorbeeld moeite met taal of rekenen, is angstig of vertoont moeilijk verstaanbaar gedrag. Of misschien vermoedt u dat uw kind hoger of lager begaafd is dan gemiddeld. Wat nu?

In het kort

Ouders&Onderwijs heeft een duidelijke infographic gemaakt speciaal voor ouders. In dit overzicht ziet u welke mogelijkheden u hebt als het op school niet goed gaat met uw kind. Het schema helpt u om gemakkelijker uw weg te vinden in de mogelijkheden. De ouders en het kind staan centraal!

Ga het gesprek aan

Alles begint met een goed gesprek. Wacht hier niet te lang mee: hoe eerder u aan de bel trekt, hoe beter. Het is daarbij belangrijk dat u de juiste persoon aanspreekt. In de meeste gevallen is dit de leerkracht. Maak een afspraak en geef daarbij aan waarover u wilt praten, maar houd het kort.

Bedenk voorafgaand aan het gesprek een paar mogelijke oplossingen. Dit kan het gesprek in de goede richting duwen. Als het onderwerp u boos of emotioneel maakt, kunt u in overleg met de school een onafhankelijk persoon vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn. Het informatiepunt Ouders & Onderwijs kan u telefonisch helpen met de voorbereiding van het gesprek. 

De school en de ouders zijn partners. Beiden willen het beste voor het kind. Partnerschap begint met wederzijds respect en erkenning van ieders specifieke deskundigheid. De leerkracht met wie u praat is een deskundige op onderwijsgebied. U bent ervaringsdeskundige op het gebied van het opvoeden van uw kinderen. Vanuit deze houding kunt u samen het gesprek ingaan.

Meer weten? Lees dan de brochure Een goed gesprek voorkomt erger.

Wat kan de school zelf?

In veel gevallen kan een gewone school uw kind de ondersteuning bieden die hij of zij nodig heeft. Dit heet passend onderwijs. Passend onderwijs wil zeggen dat elk kind onderwijs krijgt dat zo veel mogelijk aansluit bij zijn of haar behoeften, mogelijkheden en kwaliteiten. 

Met ingang van passend onderwijs is er minder nadruk komen te liggen op het stellen van een diagnose (bijvoorbeeld dyslexie of ADHD). In plaats daarvan gaat de school nu uit van de onderwijsbehoefte van uw kind. Wat heeft uw kind nodig om een bepaald doel te bereiken? En welke aanpak is daarvoor het beste? Leerkrachten richten zich dus minder op wat er mis is met een kind en meer op wat een kind nodig heeft.

Alle reguliere basisscholen kunnen leerlingen basisondersteuning bieden. Om te bepalen wat een leerling nodig heeft, observeren leerkrachten de leerling en stellen zij doelen per kind, per groepje of per klas. Daarbij concentreren ze zich op positieve aspecten, zoals de talenten, kwaliteiten en interesses van het kind of de situaties waarin de onderwijs- of ondersteuningsbehoefte zich niet voordoet. Leerkrachten experimenteren met verschillende aanpakken en evalueren of het plan gewerkt heeft. Eventueel kan de leerkracht overleggen met de intern begeleider van de school (IB'er) in een groepsbespreking of een leerlingbespreking. Deze cyclus van observeren, overleggen, planmatig handelen en evalueren wordt handelingsgericht werken (HGW) genoemd. Handelingsgericht werken is dus een manier van werken waarbij leerkrachten het onderwijs afstemmen op de onderwijsbehoeften en de omgeving van het kind. In het onderdeel voor professionals kunt u meer lezen over handelingsgericht werken.

Heeft uw kind iets extra’s nodig?

Is basisondersteuning niet voldoende? Dan zal de school onderzoeken of extra ondersteuning nodig is. Dit schat de school in op basis van observaties van de leerkracht, informatie van de ouders, en het werk, de werkhouding en de resultaten van de leerling.

Komen de leerkracht, de intern begeleider en/of de ouders er niet uit? Dan wordt de hulp ingeroepen van het ondersteuningsteam (OT). Dit is een multidisciplinair team dat regelmatig samenkomt om leerlingen te bespreken. ​ Ouders zijn vaste partners in het ondersteuningsteam. In het OT wordt alleen over uw kind gesproken als u erbij bent. Zo wordt u bij elke stap in het proces betrokken. In de folder uitnodiging ondersteuningsteam leest u meer informatie.

In het ondersteuningsteam zitten verder de leerkracht, de directeur van de school, de intern begeleider van de school (IB’er), een orthopedagoog (een onderzoeker) en een schoolmaatschappelijk werker (SMW’er). Eventueel zijn er ook bij: de externe begeleider van het samenwerkingsverband (P²O’er), de trajectbegeleider van het samenwerkingsverband, en een of meer externe specialisten.

Het ondersteuningsteam overlegt over de ondersteuningsbehoefte van uw kind. Kan de school zelf hulp bieden? Kan de school hulp bieden met expertise van buiten? Of is het nodig om aanvullend onderzoek te doen, bijvoorbeeld door een psycholoog of een orthopedagoog? Alles gebeurt in overleg met de ouders.

Over het algemeen is uw toestemming nodig voor aanvullend onderzoek. Ook als de school informatie over de leerling wil opvragen bij andere instanties, zal de school u om toestemming vragen. Wanneer aanvullende informatie niet beschikbaar is of komt, moet de school werken met informatie die er wel is.

Groeidocument

Als een school vermoedt dat uw kind extra ondersteuningsbehoeften heeft, dan zal de school een groeidocument starten. Dit is een digitaal dossier dat de school helpt om te inventariseren wat uw kind nodig heeft. Het groeidocument bevat informatie over de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van uw kind en over interventies die de school heeft ingezet om uw kind te helpen. Wat waren de resultaten van de interventies? Wat helpt goed bij dit individuele kind? Ook de visie van de ouders (en soms van de leerling zelf) zelf staan in het document. Verder bevat het document verslagen van gesprekken en gemaakte afspraken. Het groeidocument geeft houvast en structuur tijdens het overleg in het ondersteuningsteam

Het groeidocument is een gemeenschappelijk document. Dat betekent dat de ouders meepraten, meedenken en meewerken. Ouders zijn de belangrijkste personen in het leven van een kind. Als ouder kent u uw kind het beste. Vaak weet u precies wat uw kind nodig heeft. De ouders en de school zijn dus partners, ook bij het opstellen van een groeidocument. Vaak zal de intern begeleider (IB’er) het groeidocument samen met de ouders en de leerkracht invullen. Als ouder kunt u het document ook zelf raadplegen: u krijgt een inlogcode van het digitale groeidocument, zodat u altijd inzage heeft. U kunt suggesties doen voor aanvullingen of zelf aanvullingen verwerken. Zo doet het document recht aan de belangrijke rol van de ouders in de schoolloopbaan van uw kind.

Het groeidocument groeit met de leerling mee. Het document kan worden afgesloten als alle doelen zijn behaald en extra ondersteuning niet meer nodig is. Zo wordt voorkomen dat verouderde gegevens te lang met een leerling mee blijven gaan. Is bepaalde informatie nog steeds relevant? Dan kan die informatie worden meegenomen naar een volgend groeidocument.

Ontwikkelingsperspectief (OPP)

Als uw kind extra ondersteuning nodig heeft, kan de school ervoor kiezen om binnen het groeidocument een ontwikkelingsperspectief (OPP) op te stellen. Dit plan bestaat uit twee delen: het perspectiefdeel en het handelingsdeel. In het perspectiefdeel staat het verwachte uitstroomniveau van uw kind (bijvoorbeeld praktijkschool, havo, vwo). In het handelingsdeel geeft de school aan hoe zij dit wil gaan doen: welke doelen zij nastreeft, op welke termijn zij deze doelen wil bereiken en op welke manier zij deze doelen wil bereiken.

De school ziet u als partner in de ontwikkeling van uw kind. Als ouder kent u uw kind het best. De school zal u daarom actief betrekken bij de ontwikkeling van het OPP, zodat u kunt meepraten en meedenken. De school zal met u overleggen over de juiste aanpak. Als de school een beslissing neemt, zal zij u open, duidelijk en serieus uitleggen op welke overwegingen deze beslissing is gebaseerd.

Per 1 augustus 2017 hebben ouders instemmingsrecht op het handelingsdeel van het OPP. Ouders zullen geen instemmingsrecht krijgen op het uitstroomniveau. 

Wat als de school de extra ondersteuning niet kan bieden?

Soms kan een school een kind de noodzakelijke ondersteuning niet bieden. Dan gaat de school – eventueel met begeleiding van De Westfriese Knoop – op zoek naar een school die dit wel kan. Bijvoorbeeld een andere basisschool in de nabijheid van thuis of een school voor speciaal (basis)onderwijs.

Schoolbesturen hebben zorgplicht: de plicht om voor elk kind een goede onderwijsplek te vinden. Hierbij kunnen zij begeleiding of ondersteuning inroepen van een trajectbegeleider. De trajectbegeleider is een onafhankelijke expert die helpt om de best passende onderwijsplek voor een kind te vinden. Elk knooppunt van scholen heeft een eigen trajectbegeleider.

Privacy

Samenwerkingsverband De Westfriese Knoop respecteert de privacy van uw kind. Bij het verwerken van persoonsgegevens werken we volgens de eisen die de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) stelt aan onderwijsinstellingen. Zo mag het samenwerkingsverband de gegevens van uw kind niet aan derden verstrekken, met uitzondering van het bevoegd gezag van de school van uw kind. Het samenwerkingsverband bewaart de gegevens maximaal drie jaar, op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor het samenwerkingsverband en deskundigen die adviseren over de toelaatbaarheid.

In ons privacyreglement leest u precies wat de school en het samenwerkingsverband mogen doen met de gegevens van uw kind. In het reglement staat uitgebreid hoe en door wie persoonsgegevens worden verwerkt, hoe dit wordt beveiligd en welke rechten er zijn voor inzage, vernietiging en correctie van gegevens. Het reglement is gebaseerd op het model van de PO-Raad.